De signaalhond is een assistentiehond,
getraind om dove en slechthorende mensen te assisteren door het
signaleren van omgevingsgeluiden die zij niet oppikken. De signaalhond
reageert op verschillende geluidsbronnen, zowel binnenshuis als
buitenshuis.
Doven
en slechthorenden kunnen zich rustiger voelen met
een geleidehond die reageert op signalen waar de hond op getraind is,
zoals een naderende auto, tram of bus, of fietsers die van achter af
komen; maar ook een omroepmededeling in de trein of op het station. De
signaalhond heeft een geluidsindicerende functie maar heeft tevens als
hoofddoel een gezelschapsfunctie. Hiernaast kan het beschermende aspect
een belangrijke rol spelen. Dit is afhankelijk van de wensen van de
gebruiker c.q. dove/slechthorende.
Veelal
wordt opgemerkt dat de samenleving prettiger en communicatiever
reageren op doven/slechthorenden wanneer ze vergezeld gaan van een
signaalhond.
Een signaalhond wordt speciaal getraind om te reageren op geluiden die
mensen (en honden) als gewoon aannemen. De getrainde hond kan
signaleren wanneer een geluid geproduceerd wordt en aangeven waar het
geluid vandaan komt (= geluidsbron).
Honden kunnen getraind worden om te reageren
op de volgende mogelijke geluidsbronnen:
GELUIDSBRONNEN
IN HUIS
- Deurbel
- Kloppen op raam of deur
- Rookmelder alarm
- Kookwekker, oven of magnetron klok
- Huilen van een baby
- Familielid of iemand anders die de naam
van de gebruiker c.q. dove/slechthorende roept
- Kind dat ‘mamma’, ‘papa’ of een ander
woord voor een gezinslid roept
- Telefoon
- Wekker
- Computergeluiden
- Toeteren van auto in garage of oprijlaan

GELUIDSBRONNEN
BUITENSHUIS
- Sirene van politie, brandweer of
ambulance en aangeven waar het vandaan komt
- Brandalarm op de werkvloer
- Onderscheiden van de (tekst-)telefoon van
de gebruiker c.q. de dove/slechthorende van alle andere telefoons op de
werkvloer
- Naam van de gebruiker c.q. de
dove/slechthorende als een collega roept
- Mobiele telefoon
- Toeterende voertuigen van dichtbij

ANDERE MOGELIJKE TAKEN
- Terugbrengen van gevallen voorwerpen of
waarschuwen dat er voorwerpen gevallen zijn, zoals sleutels, geld of
andere toebehoren
- Veiligheid
- Notities overbrengen tussen familieleden
- Berichten overbrengen tussen
gezinsleden/partners, gebruik makend van voorwerpen die ergens voor
staan zoals laten weten dat het etenstijd is of dat er direct hulp
nodig is
- De hond kan de gebruiker c.q.
dove/slechthorende zoeken en naar degene brengen die roept
- Waarschuwen bij naderend verkeer van
achteren of plotseling van richting veranderende voertuigen. Dit is een
taak die beroep doet op het intelligente ongehoorzaamheidprincipe van
een signaalhond
Signaalhonden zijn getraind om te reageren
op specifieke geluiden. Het reageren en signaleren kan enkelvoudig
zijn: signaleren van de gebruiker c.q. dove/slechthorende en bij de
gebruiker c.q. dove/slechthorende blijven. Bijvoorbeeld het reageren op
de wekker, de gebruiker c.q. dove/slechthorende wakker maken om dan
daar te blijven. Het is niet nodig dat de hond de gebruiker c.q.
dove/slechthorende vertelt waar de wekker zich bevindt. Een
dubbelvoudige signalering is complexer. De signaalhond waarschuwt de
gebruiker c.q. dove/slechthorende en brengt vervolgens de gebruiker
c.q. dove/slechthorende naar de geluidsbron, zoals een deurbel.
De dubbelvoudige signalering is uiterst handig maar moeilijk aan te
leren naarmate meer geluidsbronnen gesignaleerd moet worden. Het
signaleren zelf kan op verschillende manieren die vaak hondgebonden
zijn. Een zachte aanraking, opspringen, blaffen, rondspringen of zelfs
tegenhouden van de baas zijn denkbare signaleringen. Allemaal
verschillende mogelijkheden die afhankelijk zijn van de hond, maar ook
van de baas. Wanneer de gebruiker c.q. dove/slechthorende vraagt
“waar?”, is het de taak van de signaalhond om dan de gebruiker c.q.
dove/slechthorende te brengen naar de plaats waar het geluid vandaan
komt. De signaalhond heeft geleerd niet te blaffen als de deurbel gaat,
alhoewel sommige honden toch zullen blaffen als natuurlijke reactie op
een ‘indringer' aan de deur. De signaalhond heeft geleerd om, in plaats
van te blaffen, de gebruiker c.q. dove/slechthorende op te zoeken,
waarschuwen en op commando ("waar?") naar de geluidbron te gaan. Deze
visuele reactie leidt de gebruiker c.q. dove/slechthorende naar de
plaats waar het geluid vandaan komt.
De functie van een signaalhond beperkt zich niet tot het waarschuwen
bij geluiden. De capaciteiten van een hond reiken verder. Het oppakken
van voorwerpen die zijn gevallen en het terugbrengen ervan is een
mogelijk extra taak. Andere taken kunnen ontwikkeld worden zoals
persoonlijke bescherming buitenshuis. Deelname aan een hondensport
kunnen zorgen voor een meerwaarde in het sociaal leven. Toegevoegde
taken zijn afhankelijk van waar de gebruiker c.q. dove/slechthorende
belang bij heeft of behoefte aan heeft. Elke signaalhond krijgt een
basistraining in gehoorzaamheid met commando's zoals: volg, zit, af,
blijf en kom. Gebarentaal kan gebruikt worden: de signaalhond is
getraind om te reageren op alle gehoorzaamheidscommando's die gegeven
worden in gebaren of met stem.
Een hond als gezelschapsdier / maatje is een ander denkbaar gegeven
waar we niet op hoeven te trainen: dit is natuurlijk aangeboren! De
gebruiker c.q. dove/slechthorende hoeven alleen dit gevoel op te wekken
door een band te ontwikkelen tussen hond en baas.
MINIMUM VEREISTEN VOOR
SIGNAALHONDEN
De hond moet basale gehoorzaamheidsvaardigheden hebben waarvan het
commando met gebaren of stem gegeven wordt zoals: zit, kom, af, voet en
terugkomen.
De hond moet sociale
vaardigheden hebben en mag dus; geen agressie tonen, niet ongewenst
blaffen, niet bijten, niet happen of grommen, niet ongewenst opspringen
tegen vreemden, niet bedelen en niet aan andere personen snuffelen.
Geluidssignalering: bij het horen van een geluid moet de hond fysiek
contact maken met de gebruiker c.q. dove/slechthorende en deze naar de
bron van het geluid brengen. Alle honden moeten getraind worden op het
signaleren van minimaal drie (3) geluiden.
Identificatie van de signaalhond en de gebruiker c.q.
dove/slechthorende gebeurt met een gelamineerde identiteitskaart met
daarop een foto van de hond en een foto van de geleider, en hun namen.
De hond krijgt een oranje vest waarop helder vermeld staat dat het een
signaalhond betreft (Hearing Dog) en een halsband met vermelding van
signaalhond.
Bij de start van de training krijgt iedere hond een grondige medische
keuring om er zeker van te zijn dat de hond geen fysieke problemen
heeft die het werk zouden bemoeilijken.
ENKELE PIONIERS
Men kan het als een paradox zien dat dove of slechthorende mensen zelf
hun signaalhond trainen. Dit is echter zeer goed mogelijk, zoals wel
blijkt uit de volgende pioniers:
Tammo Bakker,
laatdoof, die in 1978 de eerste geleidehond voor doven zelf heeft
afgericht in Nederland.
Martha Hoffman
uit Californie, USA, is trainer bij de San Fransisco SPCA en betrokken
in het trainen van signaalhonden. Martha Hoffman is zelf zwaar
slechthorend en schreef een boek over dit onderwerp: “Lend me an ear”
(Leen mij een oor).
Angus Mc Donald, gerelateerd aan
Hearing Dogs for Deaf people
in Nieuw Zeeland is doof en hondentrainer.
The Wicklunds
uit Arizona, USA, zijn oprichters van www.hearingimpaired.net en
trainden hun eigen witte Duitse Herder tot signaalhond.
Thamara Meirovich en Tracy
van Eek
uit Israel, zijn oprichters van The Hope Charity Project en trainden
hun eigen Labrador tot blindegeleidehond + signaalhond + hulphond.
Thamara is doofblind en Tracy is doof.